bovenbalk1
 Groenraad Amstelveen

logo picture

naar beveiligde website

Koos Landwehr

Jacobus Landwehr (1911 - 1996) was een Nederlandse botanisch tekenaar, en op wat bescheidener schaal, botanicus en auteur. Hij werd geboren in Kampen als zoon van een textielhandelaar, maar verhuisde op vijfjarige leeftijd naar Amstelveen. Hij volgde een hoveniersopleiding en haalde uiteindelijk het diploma tot Tuinbouw-vakonderwijzer. Samen met zijn broer dreef hij een chrysanten- en rozenkwekerij, tot die in 1938 onteigend werd in verband met de aanleg van het Amsterdamse Bos. In 1939 kwam hij in dienst bij de plantsoenendienst van Amstelveen. Daar heeft hij zich vooral toegelegd op het aanleggen en beheren van natuurrijke plantsoenen. Een geslaagd voorbeeld van een dergelijk plantsoen was de middenberm van de Beneluxbaan, nu verdwenen wegens de aanleg van de sneltrambaan.

Hij was een uitstekend tekenaar. Zo leverde hij een aantal atlassen af: Bladmossenatlas (1966), Grassenatlas (1974), Atlas Nederlandse Levermossen (1980) en de Nieuwe Atlas Nederlandse Bladmossen (1984). Tevens schreef hij het boek Wilde orchidee├źn in Europa (1977). Dat werd uitgegeven door Natuurmonumenten na inspanningen van Victor Westhoff. Samen met Cees Sipkes was hij auteur van Wildeplantentuinen.

Zie ook Wikipedia.

Landwehr de tekenaar

Voorkant boek: Landwehr: Tekenen van bomen en heesters: potloodstudies voor tuintekenaars, leerlingen van tuintekencursussen en bouwkundigen, Ahrend, Amsterdam 1950

Voorwoord

Landwehr Voorwoord Voorzover ik mij herinner, is er in het Nederlands nooit iets verschenen, speciaal gewijd aan het opwerken van tuinperspectieven. Het oude Engelse boek, The artistic Anatomy of Trees, door Rex Vicat Cole, is steeds gebruikt, hoewel het bedoeld was voor landschapschilders. In de laatste tientallen jaren hebben wel de bouwkundig-tekenvirtuozen Guptill, in zijn Sketching and Rendering in Pencil en Drawing with Pen and Ink, en Kautzky, Pencil Broadsides en Pencil Pictures belangrijke aanwijzingen gegeven, maar hun boeken waren te kostbaar om in Nederland veel ingang te vinden. De heer Landwehr, kenner van het plantenmateriaal en begaafd tekenaar, heeft thans dit ABC-boek samengesteld voor de tuintekenaar en het zal voor velen een uitkomst blijken.

Aan de hand van schetsen, die telkens een stap verder voeren, wordt de tuinontwerper geleid tot uitvoerige, in vele gevallen zeer knappe tekeningen. Als handleiding bij het ontwikkelen van sluimerende gaven is het boek zeer aan te bevelen. De schrijver wijst er nadrukkelijk op, dat de platen niet moeten worden beschouwd als nateken-voorbeelden, doch dat voortdurend oefenen naar het levende materiaal door niemand kan worden ontbeerd.

Wordt deze raad ter harte genomen, dan is een belangrijke verbetering van het bomentekenen te verwachten.

J.T.P. BIJHOUWER.

Inleiding

Landwehr Inleiding 1 Bij de opleiding tot tuinbouwkundig zowel als bouwkundig tekenaar worden alle phasen doorlopen om een goede tekenvaardigheid te verkrijgen. Men leert alle tuin of bouwkundige details nauwkeurig weergeven, voor ingewijden duidelijk verstaanbaar. Een voortzetting van de technische tekening is bij het tuinbouwkundig tekenen het opwerken van het ontwerp of enig onderdeel daarvan, soms in kleuren. De bedoeling hiervan is duideliik: het ontwerp beter of voordeliger te doen uitkomen. Bij het opwerken in kleuren worden de elementen in een daarvoor passende tint aangezet, de bouwkundige b.v. met rood, de tuinbouwkundige met groen, terwijl wegen, paden en water hun meest nabijkomende kleur krijgen.

De plattegrond, die twee-dimensionaal werkt, kan in perspectief tot een drie-dimensionale weergave worden omgevormd. Deze schrede in de tekentechniek is echter de meest critieke, want de grens der technische vaardigheid wordt overschreden en de eigenlijke tekenvaardigheid wordt mede bepalend voor het effect van de tekening. Wij trachten het beeld der werkelijkheid zoveel mogelijk te benaderen. Hoewel dit tekenen gebonden is aan de persoonlijke gave van de tekenaar en het resultaat dientengevolge meer of minder fraai zal zijn, geloof ik toch te mogen zeggen dat elk volhardend beoefenaar op den duur een aanvaardbaar geheel zal kunnen maken. Hij zal zich daarbij moeten oefenen in het leren zien zowel als het tekenen. Wie na een twintigtal mislukkingen ontmoedigd is, doet niet verstandig. Hij probere het nog eens twintig maal.

Nu zijn er van die bepaalde dingen, die voor velen een struikelblok blijken. De bomen en heesters behoren hiertoe. Ze zijn helemaal niet uniform; elke boom is weer anders. Men kan ze niet technisch construeren. Op vele, vooral bouwkundige perspectieven, ziet men dan ook bomen als versleten plumeaux. De tuinbouwkundigen hebben meer de neiging om hun bomen te tekenen als stokken met een pluk schapenwolkjes er bovenop. Dit behoeft niet. Met enige moeite en oefening kan men een uitgesproken boom maken. Is het niet nodig of mogelijk om van Uw perspectief een "Ruysdael" te maken, een acceptabele prent mag het toch wel worden.

Landwehr Inleiding 2 Het bleek mij dat bij opleidingscursussen behoefte is aan een naslagwerk, waarin bomen en heesters worden behandeld als tekenobject. Dit ook ten dienste van tuinbouwkundigen, landschapsarchitecten en bouwkundigen. Kan een tuinarchitect door middel van de uitgewerkte perspectieftekening zijn ontwerp controleren op vorm- en ruimteverhoudingen, doordat het plantenmateriaal op zijn standplaats komt, getekend in de toestand van de groeiclimax, de architect kan zijn gebouwenontwerpen soms de nodige ondersteuning geven door middel van een groencompositie. Voor beiden is het dus nodig bomen of heesters in vrije stand of als groepen met vaardigheid te kunnen tekenen. In deze uitgave werd getracht daarbij te helpen.Met opzet is de tekst zo kort mogelijk gehouden.

Hoewel aan het tekenen met potlood veel bezwaren kleven, beveel ik dit toch bewust aan, omdat men er snel en overal mee kan werken en op haast iedere papiersoort. Daarnaast is nog belangrijk dat de potloodstift in de hardtegraden H tot BB bijna alle toonwaarden kan weergeven. Gemaakte fouten kunnen gemakkelijk hersteld worden, hoewel men dit zoveel mogelijk diene te vermijden.

Aan Prof. Dr. Ir. J. T. P. Bijhouwer mijn bijzondere dank en erkentelijkheid voor zijn raadgevingen en wenken en voor zijn morele steun, die van buitengewone waarde voor mij was.

De zorg en de correctheid waarmede de uitgeefster dit werk heeft uitgevoerd behoeft eigenlijk geen vermelding. De naam Ahrend & Zoon staan er borg voor.

AMSTELVEEN, Zomer 1950.
J. LANDWEHR.

Enkele tekeningen

In deze tekeningen wordt gekeken naar basisvormen (zoals bollen, kubussen, prisma's en kegels) en de schaduwwerking door zijwaartse lichtinval voor dieptewerking en het weergeven van afstanden. In de figuren 27 en 28 wordt aandacht gegeven aan de streeptechniek, bedoeld om het 'dichtsmeren' van tekeningen te voorkomen.



  • Fig 18-19
slideshow html by WOWSlider.com v5.4m